Feestdip

Derde van vier columns voor de rubriek ‘Tranche de vie’ van De Standaard. Verschenen in december 2017.

Written by: •

Het sneeuwt al uren onophoudelijk. Met elk uur worden de files op de radio langer en de dakpannen op het huis aan de overkant onzichtbaarder. Onder die pannen hangt de buurman lichtjes in de kerstboom aan het raam. De hemel zit hermetisch dicht, het is zo’n dag dat het nooit meer echt licht zal worden. Beneden in de straat passeert een groep kinderen op wat er uitziet als een impromptu schooluitstap. Ze joelen uitgelaten. Met rode neuzen, natte haren en bontkraagjes wit van de vlokken, graaien ze vanop vensterbanken en grond de sneeuw samen. ‘Er trekt een depressie pal over het centrum van ons land’, citeert deze krant Frank Deboosere.

Vanuit dat centrum trekt de depressie verder dwars door mij. Het is al middag wanneer ik nog steeds afwisselend naar de knipperende cursor op mijn scherm en het obstinate dwarrelen daarbuiten zit te staren. Dat ik geen kommer en kwel van mijn leven wilde maken, had ik vooraf gezegd over deze columns. Als ik dan al als alleenstaande ouder gecast moest worden, dan alleen op voorwaarde dat het geen tranentrekker zou worden. Maar toen was het zomer. Het is zoveel makkelijker om dapper te zijn in de zomer. Nu het winter is, zakt de moed me in de schoenen en mijn lust for life tot onder het vriespunt. Hoe ik ook probeer, het lukt me niet om luchtig te schrijven. Ik verzuip in het smeltwater van mijn onderkoelde gedachten.

De sneeuw aan de andere kant van het raam blijft koortsachtig de wereld vervagen. Een fractie van een seconde koester ik de unheimliche fantasie om mijn jas aan te trekken, naar buiten te stappen en nooit meer terug te keren. Stappen tot de sneeuw mij en mijn leven heeft uitgevaagd. Zodra ik het gedacht heb, voel ik me al schuldig. Ik probeer mijn gedachten te verzetten met Jim & Andy: The great beyond op Netflix. Jim Carrey doet filosofisch over de beklemmende realiteit van identiteit. En ik huil. Ik wil zo graag eens meer zijn dan alleenstaande ouder, zowel in een column als in het echt. Een vriendin belt en ik huil nog harder. Dat ik wil verdwijnen, vertel ik haar. Dat ik zoals die kinderen beneden aan het raam wil zijn: vrolijk en in de mogelijkheid om nog alles te worden.

Ik doe van existentieel drama en pathetiek, tot de banale reden voor mijn depressie bloot komt te liggen: de feestdagen. Die vervloekte feestdagen met hun uitvergrote contrasten tussen licht en donker, koude en gezelligheid, gezin en eenzaamheid. Ze nekken me ieder jaar weer. In het diepst van mijn gedachten ben ik een op Kerstmis verzotte oergezelligaard, maar niet zolang ik overal rond me afspraken hoor maken over cadeautjes of gerechtjes en ik helemaal geen plannen heb. Prompt nodigt mijn vriendin ons uit voor Kerstmis in haar ouderlijke huis.

‘s Avonds staar ik vermoeid naar mijn zoon. ‘Zullen we na het eten nog een sneeuwballengevecht houden?’, hoor ik mezelf tot mijn verbazing vragen. ‘Ja, mama!’, vliegt hij me rond de hals. En even later joelen we allebei vrolijk op straat als kinderen die nog alles kunnen worden.

Nog artikels

Op zoek naar een freelancer?

Last modified: 16 september 2024

↑